Het kleurrijke Cinque Terre

Nadat wij de Toren van Pisa hebben bezocht, rijden wij vanuit Lucca in ongeveer anderhalf uur naar Levanto. Levanto is het dorpje waar wij de laatste drie nachten van onze vakantie zullen verblijven, en het dorpje dat wij als uitvalsbasis nemen voor ons bezoek aan Cinque Terre. Om 18:00 komen wij aan, precies op tijd voor de zonsondergang. Het is altijd fijn om op vakantie minimaal één keer de zon in de zee te zien zakken. Wij halen een koud biertje in de supermarkt en gaan lekker op het strand zitten. Grappig, de zon zakt hier niet echt in zee, maar achter een stuk van Zuid Frankrijk dat wij vanaf hier kunnen zien. Wij slapen in Affittacamere Il Veliero, een fijn hotelletje op loopafstand van het strand en van het station.


De volgende ochtend halen wij verse broodjes en ontbijten wij in het tuintje dat bij onze kamer hoort. Dan lopen wij naar het station, waar wij een dagkaart kopen voor Cinque Terre. Dit is een ‘National Park’ waarbij het vooral bijzonder is dat er vijf dorpjes zijn gebouwd tegen en op de steile kliffen bij zee. Een dagkaart kost 16 euro en met deze dagkaart kunnen wij gebruik maken van de trein en kunnen wij de wandelpaden tussen de dorpjes gebruiken. Wij hebben van de eigenaresse van het hotel een kaartje gekregen met daarop de vertrektijden van alle treinen, maar wij merken al snel dat deze niet erg accuraat zijn. Er gaan treinen genoeg, wij hebben niet op de tijden gelet en hebben per ritje niet meer dan een kwartiertje hoeven wachten. Wij stappen 's ochtends op de trein in Levanto en besluiten te beginnen bij het laatste dorpje, Riomaggiore. Dit ritje duurt ongeveer 20 minuten en hiermee hebben wij gelijk de langste treinrit van de dag gehad. Riomaggiore is een kleurrijk dorpje, vooral herkenbaar door het felrode huisje naast de haven. In deze haven kun je bootjes huren en kun je leuk op de rotsen klimmen. Vanaf deze rotsen heb je mooi uitzicht op de haven en het dorpje. Als je verder omhoog loopt, kom je in een winkelstraat met terrasjes.

Vervolgens nemen wij de trein naar Manarola. Dat is misschien wel mijn favoriete dorpje. Het is wat kleiner dan Riomaggiore en de huisjes zijn meer pastelkleurig. De huisjes zijn hier echt klein en op elkaar gepropt, en je kunt hier eindeloos verdwalen in de smalle straatjes.

Dan nemen wij de trein naar Corniglia, waar wij als wij het station uitkomen eerst 365 treden omhoog moeten lopen. Boven eten wij een lekkere salade en drinken wij een bier (ze hebben hier bierflessen van 0,66cl). Corniglia is het kleinste dorpje en is op een spectaculaire hoge klif gebouwd. Dit is het enige dorp dat niet direct aan zee ligt.

Vanuit Corniglia nemen wij het wandelpad naar het volgende dorp, Vernazza. Deze wandeling is ongeveer 4 kilometer. Normaal gesproken kun je tussen alle dorpjes wandelen, maar de wandelpaden tussen Riomaggiore en Manarola en tussen Manarola en Corniglia zijn voor langere tijd gesloten vanwege verzakkingen. Je kunt dus wel wandelen tussen Corniglia en Vernazza (dit hebben wij gedaan) en tussen Vernazza en Monterosso (3,5 kilometer). Als je wilt wandelen, let er dan op dat je goede schoenen aan doet (het schijnt dat mensen op slippers worden tegen gehouden) en dat je een Cinque Terre dagkaart bij je hebt (trein + wandelpaden = 16 euro per persoon) of een Cinque Terre Trekking card (alleen wandelpaden = 7,50 euro per persoon). Er wordt echt op gecontroleerd.

Het pad dat wij nemen begint met nog een flinke klim, waar we het wel een beetje moeilijk mee hebben omdat het midden op de dag is en erg warm. Vanuit dit pad hebben we leuk uitzicht op het dorp waar we vandaan komen en later op het dorp waar we naartoe gaan. Een uur later komen wij aan in Vernazza, waar wij een ijsje halen en even lekker gaan afkoelen in het zeewater.

Vergeet in Vernazza niet om een klein stukje van het wandelpad naar Monterosso te lopen. Je komt dan langs dit fantastische uitzichtpunt.

Dan nemen wij de trein naar Monterosso, het laatste dorpje. Het plan is om daar naar de zonsondergang te kijken, maar dit dorp ligt in een baai en de zon gaat al snel onder achter een berg. Het dorpje valt ons een beetje tegen, maar dat kan ook zijn omdat we al zoveel moois gezien hebben vandaag. Later lezen wij dat mensen dit dorp vooral bezoeken voor het strand. Dan nemen we toch maar de trein terug naar ons eigen dorp, waar wij nog een keer naar de zonsondergang kijken. Dan weer lekker eten, bij Focacceria Il Falcone (geen website), waar we pasta met pesto eten, een gebakken aubergine met kaas, en een salade met zwarte rijst en tonijn.


Onze laatste vakantiedag spenderen wij vooral op het strand. Wij zwemen in de zee met een snorkel, wij lezen een boek op het strand, wij lunchen in een restaurantje, wij eten een canoli (niet te verwarren met canneloni) op de boulevard en wij borrelen op het strand. Voor het eerst deze vakantie hebben wij een reservering gemaakt voor het diner, en wel in ‘de beste pizzeria van de wereld’, La Picea. Deze pizzeria heeft meerdere prijzen gewonnen. Wij kiezen de pizza die in 2019 is verkozen tot de beste pizza van de wereld, dit is een pizza met gegrilde tomaatjes, burrata, pesto en pijnboompitjes. De pizza is heerlijk, de sfeer in het restaurant wat minder. Wij hebben een tafeltje precies tussen de twee deuren van het restaurant in, en het is nogal druk met klanten die wel en niet gereserveerd hebben, dus echt rustig zitten wij niet. Ook is het personeel niet erg vriendelijk. Maar de heerlijke pizza maakt een hoop goed! Nog een laatste wandeling door het dorpje en over het strand, en dan komt ook deze laatste vakantiedag tot een einde.

33 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven